Alle beetjes helpen! Hoe kunnen begeleiders, in een kinderwerking uit het jeugdwelzijnswerk, kinderen stimuleren tot een gezondere levensstijl?

Type:
eindwerk
Titel:
Alle beetjes helpen! Hoe kunnen begeleiders, in een kinderwerking uit het jeugdwelzijnswerk, kinderen stimuleren tot een gezondere levensstijl?
Auteur:
Van der Stappen, Sarah; Hogeschool GentSCHOO; FMWFaculteit Mens en Welzijn; VZW Jong, JeugdPunt Ledeberg
Jaar:
2018
URL:
https://scriptie.hogent.be/getBibFile.cfm?acadjaar=2017-2018&file=1900_201529641_PBA-ORTH_scriptie.pdf volledige tekst van de scriptie
Onderwerp:
Voldoende bewegen
Gezonde voeding
Gezondere levensstijl
Kinderwerking
Ouders
Kinderen
PBA-ORTH
Taal:
Nederlands
Uitgever:
Gent : s.n., 2018
Samenvatting:
Probleemstelling: In het kader van mijn opleiding ‘Bachelor in de orthopedagogie’ liep ik stage bij VZW Jong, kinderwerking ‘JeugdPunt Ledeberg’. VZW Jong organiseert dagelijks activiteiten voor kinderen en jongeren van nul tot en met vijfentwintig jaar met extra aandacht en engagement voor kinderen en jongeren in een maatschappelijk kwetsbare positie (VZW Jong, 2017).Op basis van de dagelijkse observaties merkte ik kinderen die onder meer onevenwichtig en ongezond eten; en overgewicht, een slecht uithoudingsvermogen en overvolle boterhammendozen hebben.Waarom is het nu zo belangrijk om met gezinnen aan de slag te gaan rond ‘Bewegen en gezonde voeding’? Enerzijds omdat het thema de verschillende levensdomeinen van een persoon positief kan beïnvloeden. Anderzijds gaat de vraag uit van de ouders. Dat wil zeggen dat de ouders zelf een gezondere levensstijl willen nastreven voor zowel zichzelf als voor hun kinderen. Rond dit thema werken maakt ouders en hun kinderen ervan bewust, waardoor ze het ook thuis kunnen integreren. Bewustmaking is dan ook een cruciale eerste stap. Observatie en ondervraging wees uit dat de meeste kinderen die deelnemen aan de werking doorheen de dag niet veel bewegen. Redenen hiervoor zijn andere bronnen van entertainment, zoals gamen, televisiekijken, internetgebruik… Ook is het voor velen de gewoonte met de auto te komen, wat ook weer minder beweging is. Kinderen hebben nood aan 60 minuten beweging per dag. Die beweging kan variëren van wandelen tot intensief lopen. (Gezond Leven, 2017; de Vries, Slinger, Schokker, Graham, & Pierik, 2010; Trost & Loprinzi, 2008).We hebben ook observaties gedaan in verband met voeding. We merkten dat sommige kinderen geen middagmaal nuttigden voor ze naar de kinderwerking kwamen. Dit heeft logischerwijs een grote invloed op hun energieniveau en potentiele fysieke activiteit. Andere kinderen aten dan weer zeer veel, vaak ongezonde voeding. Hierdoor voelden ze zich niet goed en konden ze soms, Conclusies: Dankzij de probleemstelling hebben het team, de kinderen, de ouders, en ik een interessante weg afgelegd. De activiteiten die ik zocht zouden ouders bewust(er) maken van het thema ‘Beweging en gezonde voeding’. Dit was niet mogelijk zonder de zes aspecten (zie 1.5.2). Met behulp daarvan leerde ik de ouders en kinderen beter kennen. Zij leerden mij beurtelings ook vertrouwen. Daardoor konden we steeds beter rekening houden met hun noden en behoeften bij het voorbereiden van de activiteiten. Dit eiste van onze kant een respectvolle houding, heel wat geduld en een plaats waar ze met eventuele vragen terecht konden. Deze aspecten vormen samen niet voor niets de basis van de hulpverlening. Ik kon niet met de probleemstelling aan de slag gaan zonder me eerst te verdiepen in verschillende theorieën. De hulp van de begeleidsters van mijn stageplaats was op dat vlak onmisbaar.‘Alle beetjes helpen!’, luidt de titel van mijn bachelorproef. Over die titel heb ik enige tijd moeten nadenken. Doorheen het schrijven van mijn bachelorproef kwam ik herhaaldelijk tot de conclusie dat genomen stappen niet groot moeten zijn, zolang ze de juiste richting uitgaan. Kleine aanpassingen leiden tot grote resultaten. De gekozen titel vat dit volledig samen.Bij de kinderen werd voornamelijk intensief ingezet op het aspect bewegen, bij de ouders de focus op gezonde voeding lag. Dankzij deze strategie zette ik met alle actoren kleine stapjes vooruit. Zowel de kinderen als de ouders (en de tolk) hebben doorheen de activiteiten heel wat geleerd in verband met het thema. Ze zijn zich bewust(er) geworden van een gezondere levensstijl en de voordelen die daaraan verbonden zijn. Dat was het doel van dit project. Ondanks alle inspanningen kon ik niet iedereen aan boord krijgen, zoals Savannah. Dat was een zaak van ‘niet willen’, in plaats van het veel voorkomende ‘niet kunnen’. Uit de activiteiten leerden we dat we bij de kinderen en de ouders het meeste kunnen bereiken w
Permalink:
https://catalogus.hogent.be/catalog/hog01:000723925