Aan de slag met Congolese gezinnen binnen de integrale jeugdhulp door de ogen van de hulpverleners.

Type:
eindwerk
Titel:
Aan de slag met Congolese gezinnen binnen de integrale jeugdhulp door de ogen van de hulpverleners.
Auteur:
Van den Stock, Lieselotte; Hogeschool GentSCHOO; FMWFaculteit Mens en Welzijn; Vzw Ruyskensveld - Campus Erembodegem
Jaar:
2018
URL:
https://scriptie.hogent.be/getBibFile.cfm?acadjaar=2017-2018&file=2201_201532481_PBA-SW_scriptie.pdf volledige tekst van de scriptie
Onderwerp:
Congolese gezinnen
integrale jeugdhulp
hulpverlening
PBA-SW
Taal:
Nederlands
Uitgever:
Gent : s.n., 2018
Samenvatting:
Probleemstelling: We leven in een multiculturele samenleving, deze diversiteit is bijgevolg ook aanwezig in de hulpverlening. Dit brengt nieuwe uitdagingen met zich mee voor het werkveld. Mijn hoofdonderzoeksvraag luidt als volgt: “Wat hebben contextbegeleiders en leefgroepbegeleiders nodig om doelgerichter het hulpverleningstraject te doorlopen met gezinnen uit Congo?” Om deze onderzoeksvraag te beantwoorden, formuleerde ik drie deelonderzoeksvragen.De eerste deelvraag: “Wat zijn ervaringen van de hulpverleners en welke belemmeringen ondervinden zij?” Om hierop een antwoord te formuleren, nam ik interviews af met leefgroep- en contextbegeleiders op mijn stageplaats die tijdens hun carrière in aanraking kwamen met Congolese gezinnen. De tweede deelvraag: “Zijn er cultuurverschillen op vlak van opvoeding, gezinsleven, waarden en normen?” Ik onderzocht deze vraag aan de hand van een literatuurstudie en een interview met een Congolese zuster. De laatste deelvraag is: “Hoe kunnen we omgaan met de taalbarrière?” Hiervoor beschreef ik een aantal modellen en methodes die men kan hanteren binnen de interculturele hulpverlening. Daarnaast nam ik interviews af met twee gespecialiseerde organisaties (Ondersteuningsteam Allochtonen Oost-Vlaanderen en Minor-Ndako). Tijdens deze interviews werden een aantal zaken besproken i.v.m. het omgaan met de taalbarrière. Mijn bachelorproef heeft als doel aan te kaarten welke belemmeringen hulpverleners binnen de integrale jeugdzorg ondervinden bij gezinnen afkomstig uit Congo. Hierdoor wil ik dit thema bespreekbaar maken en wil ik trachten dit traject te optimaliseren.Ik wil namelijk door mijn onderzoek adviezen aanleveren om het hulpverleningstraject te optimaliseren specifiek bij die gezinnen. Deze adviezen zullen zich richten naar de hulpverleners en de gezinnen, de organisatie en het overkoepelende beleid., Conclusies: Bij mijn eindbesluit formuleerde ik een antwoord op mijn hoofdonderzoeksvraag. Daaruit bleek dat de noden van de hulpverleners zeer divers waren. Ik kan uit mijn interviews concluderen dat ze nood hebben aan een uitgebreidere kennis i.v.m. de cultuur, de geschiedenis en de migratiemotieven van de doelgroep. Dit zou hen kunnen helpen om gedragingen en reacties van cliënten beter te kunnen begrijpen en te kunnen plaatsen. Daarnaast is een vertrouwensband opbouwen een groot knelpunt binnen het hulpverleningstraject met Congolese gezinnen. De hulpverleners zouden graag manieren vinden om meer vertrouwen te verkrijgen van de doelgroep. Verder gaf een bepaalde respondent aan dat het interessant is om meer hulpverleners vanuit culturele achtergronden in te schakelen in het werkveld. De respondent van Minor-Ndako deelde deze mening. Als laatste blijkt de taalbarrière nog steeds de grootste struikelblok te zijn voor de hulpverleners. Het meer inschakelen van tolken en het gebruik maken van andere methoden om een kwalitatief gesprek aan te gaan, zijn uitdagingen voor de toekomst.Op basis van deze besluiten formuleerde ik een aantal adviezen en suggesties op micro-, meso-, en macroniveau. Op het niveau van de hulpverleners is het belangrijk dat zij in de eerste plaats meer moeten inzetten op de krachten en talenten van de cliënten i.p.v. op de tekorten. Daarnaast moeten ze meer tijd vrij maken om hun cliënt te leren kennen als persoon en kunnen ze op deze manier verbinding maken met hen. Op het niveau van de organisatie zouden er ten eerste meer interne vormingen moeten georganiseerd worden voor de medewerkers over de culturele achtergrond van een bepaalde doelgroep of over een bepaalde taal. Ten tweede zouden hulpverleners zoals gezegd meer tijd moeten kunnen vrijmaken voor gesprekken met hun cliënten. Hierop zouden organisaties meer kunnen inzetten. Ten derde is het interessant als er meer hulpverleners actief zijn die een bepaalde voeling hebben met een
Permalink:
https://catalogus.hogent.be/catalog/hog01:000723957